| Inhoudsopgave |
|---|
| Problematiek |
| Funderingsmogelijkheden |
| Bacteriële aantasting |
| Verlaging van grondwater |
| Alle Pagina's |
Woningen in het westen van het land staan over het algemeen op een dikke kleilaag onder de bovenste ophooglaag. De kleilaag met mogelijk soms wat veen is onderhevig aan inklinking ook wel bodemdaling genoemd. Onder de soms wel 20 meter dikke kleilaag zit een vaste zandlaag waarop de palen onder de woningen zijn gefundeerd. Grondwater is een belangrijke factor in het totale pakket. Hoe lager het grondwater komt te staan, des te sneller zal de grond inklinken.
Funderingsmogelijkheden

In bovenstaand plaatje ziet u de belangrijkste funderingstypen aangegeven. Van links naar rechts:
1. Een fundering op staal op een zand ondergrond. (komt in west Nederland waarschijnlijk niet voor)
2. Een fundering op staal op een kleilaag. Een woning die op een dergelijke wijze is gefundeerd zal met de inklinking van de bodem mee blijven zakken, soms tot meer dan 1 cm per jaar
3. Een fundering op kleef bestaat uit houten palen waarvan de onderkant niet draagt op de vaste zandlaag. Omdat de grond in de loop van de tijd aan de paal is gaan hangen is het draagvermogen van de paal vaak overbelast en kan de woning blijven zakken.
4. Bij een op stuit geheide fundering staat de houten paal tot in de vaste zandlaag en vind daar zijn draagvermogen.
5. Betonoplangers zijn geplaatst op een houten paal. Oorspronkelijk bedoeld als bezuiniging op de ontgraving, later bedoeld om de hoogte van bovenkant funderingshout op een dieper niveau te krijgen. In deze figuur is de houten paal onder de betonoplanger op stuit geheid in de vaste zandlaag.
6. De laatste decennia worden hoofdzakelijk betonnen heipalen gebruikt.